We are here but
to make music
and dance with
all the obtaining
forces
Zelfzorg als kunstvorm
In deze periode begon ik met de wens om rustiger te worden. Ik wilde onderzoeken of kleine rituelen, zoals wandelen, mediteren, opruimen, koken, verzamelen en archiveren, mij konden helpen om meer aandacht te krijgen voor mijn omgeving en voor mezelf. Ik zag deze handelingen eerst als vormen van zelfzorg: eenvoudige manieren om uit mijn hoofd te komen en opnieuw verbinding te maken met mijn lichaam, mijn huis, de straat en andere mensen en dit te vertalen naar een nieuw maakproces. Ik ben geinspireerd door Maintenance art, social practice art en artivisme, denk aan kunstenaars zoals Marina Abramović, Mierle Laderman Ukeles.
Mijn doel is om een een baken van rust te worden, een soort living statue ala Gilbert en George en zo de lessen die ik heb geleerd de afgelopen periode kan overbrengen naar de ontvanger, het voelt een beetje vreemd en lui een onderzoeksproces waarbij ik probeer vooral niet te maken voor het maken, maar om mezelf te ontwikkelen als met en daarmee werk van betekenis probeer te vinden.
Ik kan ook met volle trots aankondigen dat het compleet gelukt is deze periode, ik ben volledig uitgerust, gekalmeerd, mijn huis is op orde en mijn leven valt niet uit elkaar, ik ga nuchter en relax door mijn dagen heen. Het is helemaal fijn dat ik heb ontdekt dat zinvol en gelukkig leven heel simpel is, voor iedereen. Dit is iets wat ik in 5 simpele stappen wil uitzetten tijdens mijn presentatie.

1.1 > 1.2
In mij woedt een constante onrust. Lange tijd heb ik mezelf wijsgemaakt dat ik die onrust nodig heb om te kunnen maken. In de vorige periode gaf ik die onrust de vrije hand, maar achteraf voelde het maakproces leeg. Het werk werd self-centered, plat en miste ziel.
Uit de feedback van vorige periode haalde ik het volgende:“De chaos die hierin aanwezig is, past goed bij deze benadering en versterkt het concept. Tegelijkertijd nodigt dit uit om verder na te denken over hoe je de afzonderlijke werken nog gerichter kunt inzetten: hoe kun je ze uitlichten, samenvoegen of anders positioneren (betekenis geven)? Onderzoek hoe de verschillende elementen zich tot elkaar verhouden en hoe je hiermee je verhaal sterker en duidelijker kunt vertellen (en wat je wilt vertellen).”
Ik denk dat betekenis geven en wat ik wil vertellen mij hebben gebracht naar een radicaal andere insteek dan vorige periode, al hoewel ik ben begonnen met het werken en denken vanuit oude patronen kreeg ik na een paar weken het idee om niet vanuit chaos maar vanuit aandacht te gaan maken, om te kijken of ik zo een brug kan slaan tussen mij en de toeschouwer.
Deze periode wil ik onderzoeken wat er gebeurt als ik niet vanuit onrust, maar vanuit rust en aandacht probeer te maken. Ik wil de grenzen van kunst en maken oprekken door niet alleen het eindwerk centraal te stellen, maar ook de manier waarop ik leef, kijk, beweeg, verzamel en reageer op mijn omgeving.”
Tegelijkertijd voelt het alsof de wereld langzaam instort. Sociale verbinding verdwijnt, oorlogen, stress, technologie, algoritmes en polarisatie zorgen voor steeds meer ruis. Terwijl ik eigenlijk vooral wil dansen en door het bos wil lopen. Dat contrast vormt de kern van mijn onderzoek: de behoefte aan zachtheid in een wereld die steeds harder voelt.
Tijdens mijn interventie presentatie bij Marie-Claire vergeleek ik dit gevoel met The Truman Show: alsof iedereen begrijpt hoe de wereld werkt, maar niemand mij vertelt hoe het echt zit. Soms voelt het alsof ik tegen een glazen wand aanloop, tegen de grens tussen wat ik zelf doorheb en wat anderen lijken te begrijpen. Hoe kan ik je grens meer doorbreken, wat kan dat betekenen voor mijn maakprocess?
De film Human Traffic, en vooral het idee van een nieuw nationaal volkslied uit die film, vormt voor mij een belangrijke leidraad. Het staat voor een verlangen naar collectiviteit, ontsnapping, samenzijn, muziek en liefde. Niet als oplossing, maar als tegenbeweging tegen controle, stress en vervreemding.

De locatie van mijn interventie is gekozen aan de hand van een foto uit 2014 van mij, ik probeer elk jaar een keer terug te gaan naar deze locatie om dezelfde foto te maken. Het continue terug laten komen van plekken die belangrijk van mij zijn is een soort nostalgie naar een andere tijd.
Exposities en referenties
Deze periode heb ik bewust gezocht naar werk dat mijn plezier in maken terugbrengt. Waar ik eerder vooral intuïtief en chaotisch werkte, ben ik nu gerichter gaan kijken naar kunst waarin ritueel, archief, geluid, licht en ervaring samenkomen.
Bij Louis Braddock Clarke raakte mij hoe materiaal kan gaan klinken. In As Gems in Metal: Face wordt steen niet alleen bekeken, maar bijna beluisterd als lichaam. Het werk laat zien dat materiaal niet passief hoeft te zijn; het kan trillen, resoneren en een stem krijgen.
De tentoonstelling van Marilyn Nance bij Kunstinstituut Melly maakte duidelijk hoe belangrijk persoonlijke archieven kunnen zijn. Haar werk laat zien dat documenteren geen neutrale handeling is, maar een manier om jezelf en je omgeving historisch serieus te nemen. Foto’s, notities en geluidsfragmenten worden zo onderdeel van een groter collectief geheugen.
In mijn eigen proces betekent dit dat archiveren niet alleen ordenen is. Het is ook een poging om grip te krijgen op wat dreigt te verdwijnen.
As Gems in Metal: Face 001 (2025)





Marilyn Nance



Taal als materiaal
Taal bleek een belangrijk materiaal. Korte tekstfragmenten, observaties en humoristische zinnen konden emotie oproepen zonder die volledig uit te leggen. Ze gaven afstand tot mijn eigen ervaring en maakten de spanning tussen ernst en relativering zichtbaar.
Maken werd tijdelijk een manier om uit mezelf te verdwijnen en via anderen weer betekenis te vinden.
Ook ontdekte ik dat mijn gevoel van leegte tijdelijk verdween wanneer ik andere mensen plezier zag hebben in maken. In lesgeven, koken en samen werken ontstond betekenis buiten mezelf. Maken werd een manier om verbinding te ervaren, niet alleen een manier om iets te produceren. Ik heb deze periode veel workshops bezocht en gegeven, naast de WDKA lessen. Dit community gevoel wil ik graag behouden, het is een soort andere vorm van interactiviteit dan waar ik eerst naar op zoek was, die bestond voornamelijk uit algorithmes en sensoren.






































We raken langzaam de verbinding kwijt
Door technologie en polarisatie heb ik steeds vaker het gevoel dat we de verbinding met elkaar kwijtraken. In mijn werk als docent zie ik hoe studenten uren per dag op hun smartphone doorbrengen, waardoor er minder ruimte lijkt te zijn voor gesprek, verveling, aandacht of simpelweg kijken naar de omgeving.

Het verhaal van Punch, het aapje dat door zijn moeder werd verlaten en door de groep werd verstoten, werd voor mij een pijnlijk beeld voor dit verlies aan verbinding. Uit wanhoop klampte Punch zich vast aan een knuffel die over het hek was gegooid. De knuffel vervangt geen echte nabijheid, maar wordt wel een tijdelijk houvast.
Ik herken daarin iets van mijn eigen relatie met mijn telefoon en computer. Mijn scherm functioneert soms als een vervanging voor verbinding: iets om mij aan vast te houden wanneer rust, richting of contact ontbreekt. Het apparaat biedt afleiding, maar geen echte nabijheid. Het geeft controle, maar geen leven.
Mijn telefoon is geen oplossing voor eenzaamheid, maar een object waaraan ik mij vastklamp wanneer verbinding ontbreekt.
Dat ik werk als docent in de ICT vreet best wel aan mij, ik geloof niet dat de opleiding houdbaar is of dat het gezond is voor de kids om zolang achter een computer te zitten. Deze filosofie botst ook heel erg met de excelmonsters bij mij op werk.

van een screenshot enzovoorts.


Hoe kan ik aandacht en rust terugbrengen terwijl maken voor mij begint met onrust.
Die vraag werd belangrijker naarmate het proces vorderde. Ik wilde rustiger worden, maar merkte dat het vastleggen van rust ook druk kan veroorzaken. Zodra een wandeling geregistreerd moet worden, wordt wandelen opnieuw een taak. Zodra opruimen gefotografeerd wordt, verandert zorg in bewijs. Daardoor gaat dit onderzoek niet alleen over mindfulness, maar ook over de mislukking ervan.
Mijn methode bestaat uit herhaling, observatie en registratie. Ik verzamel foto’s, routes, objecten, korte zinnen, kleuren en geluiden. Samen vormen ze een archief van pogingen: pogingen om aandachtiger te zijn, minder vanuit onrust te maken en mijn omgeving niet alleen te gebruiken, maar ook te verzorgen.
Mijn huis functioneert als atelier, maar ook als spiegel. Opruimen wordt compositie. Een takje anders neerleggen of zand aanvegen bij een bankje wordt een kleine ingreep in de publieke ruimte.


Zo verschuift maken van object naar houding: van produceren naar waarnemen, onderhouden en reageren.
Ik gebruikte mijn dagelijks leven als materiaal. Mijn huis, routines, wandelingen, lichaam, gedachten en omgeving werden onderdeel van mijn artistieke onderzoek. Kleine handelingen zoals opruimen, wandelen, koken, douchen, mediteren en rust nemen benaderde ik als beeldende acties.



Ik werkte met herhaling, observatie en registratie. Ik maakte foto’s van ruimtes vóór en na het opruimen, tekende wandelroutes, verzamelde objecten uit de publieke ruimte, noteerde korte teksten en legde kleuren, geluiden en stemmingen vast. Zo ontstond een archief van pogingen om aandachtiger te leven.







Ik gebruik tekenen als een rhizomatische methode: niet als rechte vertaling van een idee, maar als netwerk van lijnen, routes, associaties en verbindingen. Een rhizoom groeit zonder vast begin of einde; het verspreidt zich via vertakkingen. Dat sluit aan bij mijn proces, dat zich ontwikkelt via wandelingen, gevonden objecten, korte teksten, licht, geluid en observaties.









Voicememo’s
Dagelijks mini verhaaltje in de kast voor mijn kindje



Natalia Papaeva– What will this Circle bring this Time? 2024
Het werk van Natalia Papaeva is voor mij relevant door de verbinding tussen ritueel, lichaam, geluid en herhaling. Haar verwijzing naar het Buryat-ritueel goroo, het lopen in cirkels rond een tempel of stoepa, laat zien hoe beweging een mentale en spirituele functie kan krijgen.
In mijn eigen proces krijgt lopen een dubbelzinnige betekenis. Ik wandel om rust te vinden, maar ook om te verzamelen, te registreren en grip te krijgen. Daardoor wordt wandelen niet alleen een meditatieve handeling, maar ook een vorm van controle.
Bij Papaeva stapelt geluid zich op totdat het uiteindelijk stilvalt. Die beweging herken ik in mijn eigen onderzoek: ik verzamel beelden, teksten, objecten en registraties totdat het archief bijna te vol wordt. Het ritueel helpt niet alleen om los te laten, maar toont ook hoe sterk mijn neiging is om vast te houden.
Ook onderzoek ik het niet maken, het loslaten, het weglaten en het ontbreken van een uitleg als kunstvorm. Een mooi voorbeeld daarvan is Bas van Wieringen, zijn werk speelt erg met de vraag wat kunst is.


Ik wil graag een voorstel doen voor een nieuwe kunststroming, expressief-hedonistischhumanisme, het draait niet om objecten, maar kunst die voelbaar maakt wat het betekend om een mens te zijn, kwetsbaar, emotioneel, breekbaar, waarin verdriet en geluk, het licht en het donker en alle tegenstrijdigheid in het leven voorkomen. Waarin levenskunst centraal staat, genieten, rust en aandacht worden als cultuur en kunst bekeken.
Social practice art
Kunst als sociale situatie: koken, praten, organiseren, samenkomen, helpen.
Institutional critique
Kunst die musea, macht, geld, klasse en kunstsystemen bekritiseert.
Artivisme
Kunst + activisme. Kunst als protest, bewustwording of maatschappelijke actie.
Relational aesthetics
Kunst waarbij menselijke relaties, ontmoetingen en interactie het materiaal vormen.
Maintenance art
Kunst rond zorg, schoonmaak, onderhoud, herhaling en onzichtbare arbeid.



Licht en donker
Ik onderzoek licht als een materiaal voor interactieve installaties. Licht is ongrijpbaar en ik speel er altijd graag mee, ik ben er zelf ook erg gevoelig voor, ik snap niet waarom iemand ooit een plafondlamp zou aandoen.
Voor mij is dit interessant om met dichromatisch papier te werken om het controle en ongrijpbaarheid tegelijk toont. Ik kan het materiaal plaatsen en belichten, maar het uiteindelijke beeld blijft afhankelijk van licht, omgeving en aanwezigheid. Daarmee wordt het een analoge vorm van interactiviteit, zonder scherm of algoritme.









Bij Boris Acket zie ik hoe licht, geluid, beweging en omgeving samen één systeem kunnen vormen. Zijn werk onderzoekt de spanning tussen controle en overgave, licht en donker. Een installatie wordt bij hem geen los object, maar een ervaring die meebeweegt met ruimte, tijd en publiek. De plek waarin het werk staat is onderdeel van het werk.































Deze periode ben ik flink mezelf tegengekomen, het egoisme, het geirriteerd zijn om hele normale sociale gebruiken, het ontzettende koppige wat in mij zit. Ik wil als voorbeeld en les van Anette nemen waarbij we elkaar 10 complimenten moesten geven op een papiertje, thuis heb ik dat papiertje zonder het te lezen weggegooid. Deels uit protest, deels uit dat ik het niet geloof wat er staat. Ik ben dit gevoel verder gaan onderzoeken, ik heb de volgende ronde briefjes met positieve boodschappen bewaard, om ze een voor 1 door te lezen, als ik klaar was met lezen verscheurde ik het briefje. Gewoon om te kijken hoe dat voelde, toen ik door alle briefjes heen was heb ik in een doos een knikker met inkt los gelaten en na een week heb ik hier een scheut water bij gedaan en even gehosseld. Om vervolgens nu al een paar weken bezig te zijn met de briefjes zo goed mogelijk te herstellen, en naar elke klasgenoot een persoonlijk bedankje te sturen.

Toch ben ik ook wel van mening dat je niet altijd moet luisteren, naar kritiek, regels of complimenten en hetgene wat is mis op dat moment is een stevige discussie, een interactie waardoor ik misschien wel tot een nieuw inzicht kom. Kiezen voor lief zijn, maar toch ook nooit het debat willen vermijden is iets wat ik mijn toeschouwers wil geven.
De wijze lessen die ik deze periode heb opgedaan bewaar ik voor mijn onderzoekspresentatie, is het mij gelukt om betekenis en een richting te bepalen? Nee niet echt, maar ik denk wel dat ik een soort nieuwe manier van maken heb gevonden, een soort dualisme.

Ik ben erg geinspireerd door het boek “Wild Renaissance “Guillaume Logé, hij beschrijft een nieuwe manier van naar kunst kijken, De oude moderne gedachte was vaak:
mens boven natuur
kunstenaar als maker
natuur als materiaal
wereld als iets dat je controleert
Bij Logé wordt dat:
mens ín de natuur
kunstenaar als samenwerker
natuur als actieve partner
wereld als iets waarmee je mee-beweegt
Kunst ontstaat niet meer echt uit het hoofd van de kunstenaar, maar het is een samenwerking met de krachten van buitenaf, mijn collage achtige fotografie deze periode is daar ook sterk van afgeleidt. In plaats van dat je een kant kiest tussen licht of donker, mens of natuur, goed of kwaad accepteer je juist de polarisatie, het grijze gebied, het schemerlicht tussen de dag en de nacht. De spanning opzoeken tussen twee tegenovergestelde krachten is wat voor mij nu kunst maakt.
de 0 en de 1.